Banner_sfr_kantoor.jpg

Stageplaatsen

Onderzoek Stages

Stage mogelijkheden bij Schothorst Feed Research
Schothorst Feed Research is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat wetenschappelijk onderzoek vertaalt naar concrete toepassingen bij de ontwikkeling van diervoeders. Ons uitgangspunt is een verbetering van de concurrentiepositie van onze klanten. Zo ondersteunen we de verschillende schakels in de kolom met aanvullende kennis over grondstoffen, toevoegingen, nutriëntbehoeften en de relatie tussen voeding en gezondheid.

Tijdens een stage bij Schothorst Feed Research zullen de werkzaamheden bestaan uit het helpen bij de proefuitvoering (o.a. voer afwegen, verzamelen van monsters, dieren wegen, waarnemingen aan de dieren), laboratoriumwerkzaamheden, het verwerken van data en rapporteren van de resultaten. De verdeling van deze werkzaamheden is afhankelijk van de aard van het project en het moment van instappen.
Tijdens je stage krijg je inzicht in het opzetten en uitwerken van wetenschappelijk onderzoek, dataverwerking en data-uitwerking, en het rapporteren en presenteren van de proefresultaten. Ook is het mogelijk de achtergrond van artikel 12 van de Wet op Dierproeven te leren (o.a. door het registeren van proef-details in het logboek).

Onderzoeksthema’s waarbinnen bij Schothorst Feed Research regelmatig projecten worden uitgevoerd, zijn:

  • Voederwaardering van grondstoffen
  • Nutriëntenbehoefte van de dieren
  • Pensfysiologie
  • Voederadditieven
  • Voeding gerelateerd aan gezondheid, huisvesting, milieu

Hieronder vind je per diersoort een voorbeeld onderzoek waaraan een stage gekoppeld kan worden:
Pluimvee
Varkens
Rundvee

Voor meer informatie over actuele stagemogelijkheden bij Schothorst Feed Research kan contact opgenomen worden met:

  • Laura Star (Pluimvee): E-mail of 0320 - 229 623
  • Marjolein van Oostrum-Priester (Varkens): E-mail of 0320 - 229 625
  • Wilfried van Straalen (Rundvee): E-mail of 0320 - 292 192


Voorbeeld stage opdracht pluimvee

Het effect van enzymen in vleeskuikenvoer
Om de productieprestaties van vleeskuikens te verbeteren worden enzymen toegevoegd aan het voer. Deze enzymen bevorderen de vertering in de dunne darm waardoor meer voedingsstoffen beschikbaar komen voor groei. Hierdoor wordt meer groei behaald met eenzelfde hoeveelheid voer. Vraag is alleen hoeveel van een bepaald enzym toegevoegd moet worden om de prestaties zo goed mogelijk te verbeteren? Is het effect van het enzym hetzelfde in hanen en hennen? Heeft het enzym het meeste effect in de startfase of juist in de groeifase? Om deze vragen te beantwoorden krijgen de kuikens verschillende doseringen van het enzym via het voer verstrekt. Door regelmatig lichaamsgewicht en voeropname van de kuikens te bepalen kan het effect van het enzym worden bepaald. Het onderzoek bestaat uit praktische werkzaamheden in de stal, data analyse, dataverwerking en het schrijven van een verslag.

Optimale voersamenstelling voor oude leghennen
Door genetische vooruitgang, verbeterd management, huisvesting en voeding is de legpersistentie van de moderne leghen sterk verbeterd. Op dit moment worden leghennen tot 75 à 80 weken leeftijd gehouden. Verwacht wordt dat leghennen binnen 10 jaar tot een leeftijd van circa 100 weken gehouden kunnen worden (zonder te ruien). Belangrijk is dat de gezondheid van de leghennen en de kwaliteit van de eieren goed blijft. We weten echter niet welke nutriëntenbehoefte leghennen van 80 tot 100 weken leeftijd hebben. Moeten ze meer calcium binnen krijgen om kwaliteit van de eischaal goed te houden? Hebben ze minder eiwit nodig omdat de eiproductie lager wordt? Hebben ze meer vitaminen nodig om het afweersysteem te ondersteunen? Om deze vragen te beantwoorden krijgen de leghennen verschillende voeders met verschillende nutriëntensamenstellingen. Door wekelijks voeropname, eiproductie en eigewicht te bepalen krijgen we inzicht in de behoefte en mogelijkheden om leghennen tot 100 weken leeftijd te houden.

Voorbeeld stage opdracht varkens

Bijvoeren van biggen in de kraamstal
Door de toenemende toomgrootte wordt het bijvoeren van biggen in de kraamstal steeds belangrijker. Het opnemen van voer voor het spenen helpt de big daarnaast ook bij de overgang van zeugenmelk naar vast voer na het spenen. Echter, in de praktijk wordt gezien dat er een grote variatie bestaat in de opname van pre-starter voeders tussen tomen, maar ook binnen tomen. Dit betekent dat een groot deel van de biggen op het moment van spenen geen vast voer heeft opgenomen. 
In dit onderzoek wordt bepaald hoe de opname van pre-starter voeders door biggen gestimuleerd kan worden. Het onderzoek bestaat uit praktische werkzaamheden in de stal, data analyse en dataverwerking. In het onderzoek worden meerdere voeders verstrekt aan biggen in de kraamstal. Hierbij wordt het voer regelmatig teruggewogen om de voeropname te bepalen. Daarnaast worden de biggen gemerkt en worden op een aantal dagen video-opnames gemaakt om te onderzoeken welke biggen voer opnemen.

Verteringsstudies
Regelmatig doen wij onderzoek naar de vertering van grondstoffen bij biggen, vleesvarkens en zeugen. Dit onderzoek bestaat zowel uit praktische werkzaamheden in de stal en het laboratorium als dataverwerking. Een voorbeeld vind je hieronder:

Om een goede voersamenstelling te maken die de behoeften aan alle nutriënten van dieren dekt, is het belangrijk dat de verteringscoëfficiënten van de verschillende grondstoffen die in diervoeders gebruikt worden bekend zijn. De vertering van biggen, vleesvarkens en zeugen verschilt van elkaar door de verschillende stadia van ontwikkeling van het maagdarmstelsel waarin de dieren zich bevinden. De vertering is het hoogste bij zeugen en het laagste bij biggen. Hierdoor is het noodzakelijk om verteringsonderzoek bij de verschillende diercategorieën te verrichten.
Tijdens de proef wordt aan de varkens een basisvoer verstrekt, waaraan een testgrondstof is toegevoegd. Na een adaptatieperiode van enkele dagen worden mestmonsters genomen. Deze monsters worden geanalyseerd, waarna de verteringscoëfficiënten berekend kunnen worden.

Voorbeeld stage opdracht rundvee

Pensfysiologisch onderzoek
Regelmatig doen wij onderzoek bij pensfistelkoeien , waarbij gekeken wordt naar de processen in de pens zoals het verloop van de pH of de productie van vluchtige vetzuren.
Dit onderzoek bestaat zowel uit praktische werkzaamheden als dataverwerking. Een voorbeeld vind je hieronder:

Bij een daling van de pens- pH onder 5,8 neemt de activiteit van celwandafbrekende bacteriën af. Bij een verdere daling onder 5,5 wordt de activiteit van bacteriën nog meer beïnvloed, maar kunnen ook ontstekingen van de penswand ontstaan wat een negatief effect heeft op productie en gezondheid. In deze proef wordt het effect van een additief op de pH in de pens gemeten dat ingezet kan worden bij rantsoenen met een risico op pensverzuring.
Het doel van de proef is om de invloed van een toevoeging op het verloop van de pH in de pens bij pensfistelkoeien te bepalen.

De proef wordt uitgevoerd volgens een 3 x 3 Latijns vierkant, waarbij drie behandelingen worden getoetst in drie perioden met drie pensfistelkoeien. De proef bestaat uit drie periodes van ieder drie weken. In iedere periode krijgt elke koe één van de drie behandelingen verstrekt gedurende de gehele periode. Iedere periode van 3 weken bestaat uit een voorperiode van 2 weken en in de laatste week worden de metingen in de pens uitgevoerd.

De pH in de pens wordt gemeten door pH meters in de pens te brengen.  Het verloop van de pH in de pens gedurende de dag wordt iedere minuut gemeten met  deze  pH meters en vastgelegd in dataloggers in de pens. Het gemiddelde van alle pH metingen over de dag, minimum pH en de duur dat pH< 5,8; pH < 5,5 en pH < 5,2 worden bepaald. De tijd onder deze kritische grenzen wordt berekend als som van alle pH waarnemingen van één dag onder de kritische grens (in min/d).